Een kijkje in de keuken deel 1

In mijn begeleiding maak ik veel gebruik van spelletjes. En dan gaat het niet zozeer om het ‘goed’ spelen van het spel, maar om alle andere aspecten die erbij komen kijken. Hieronder heb ik een lijst met vijf populaire spelletjes die kinderen vaak kiezen. Eronder geef ik een uitleg hoe ik die dan gebruik. Een kijkje in de keuken dus!

Boom boom balloon

Ik kan wel zeggen dat dit spel met stip op nummer één staat. Hierbij wordt een ballon in een houder gedaan en met een dobbelsteen wordt bepaald hoever een prikker in de ballon gestoken moet worden (1, 2 of 3 keer). Een meisje zei hierover: ‘Ik vind het spannend, maar ik wil meer uitdaging aangaan, daarom kies ik hiervoor!’ En dat het ‘m ook: uitdaging en vooral… spanning! Want ja, niemand weet wanneer de ballon precies gaat knappen. En wanneer we denken dat de ballon het echt niet meer aankan, dan kan er altijd nog een prik bij! Maar als ‘ie dan knapt, is het wel schrikken. Hoe gaat het kind hiermee om? Wil hij of zij nog een keer of is het wel goed zo? Ik moet zeggen, eigenlijk willen ze allemaal nog een keer. Dan is er nóg een uitdaging bij dit spel: het opblazen van de ballon! En niet te vergeten: een knoop erin leggen. Veel kinderen zeggen in eerste instantie: ‘Dat kan ik niet!’ Maar vaak, ook al duurt het een tijdje en is het niet zo gemakkelijk, krijgen ze het toch voor elkaar. Weer een mooie manier om hun zelfvertrouwen en zelfstandigheid te stimuleren en een mooie bevestiging dat ze toch meer kunnen dan ze van tevoren hadden gedacht!

Don’t drop the meatballs

Ook dit spel wordt vaak gekozen. Het is, net als Boom Boom Balloon, spannend, maar toch anders. Eigenlijk is het mikado, maar dan met een twist! Op een scheef bord worden spaghettislierten gelegd, met daarbovenop gehaktballen. Om en om halen we de spaghettislierten van het bord, wie laat de minste, of meeste, gehaktballen van het bord vallen? Een opperste concentratie is hierbij belangrijk, evenals behendigheid. Een extra moeilijkheidsgraad die ik vaak toevoeg, is wanneer je een spaghettisliert hebt aangeraakt (ook al is het per ongeluk) je deze moet spelen. Soms met alle gevolgen van dien. En hoe gaat een kind daar dan mee om? Dat iets toch anders gaat dan verwacht? Komt er frustratie naar boven, boosheid? Of is het allemaal wel prima? Allemaal gevoelens en gedragingen waar ik op let en met dit spel zichtbaar worden. Dit spel wordt vaak achter elkaar gespeeld, want wie wil er nu niet winnen? De fanatieke kant van het kind komt hierbij steevast naar voren! En het is in de keuken natuurlijk ook te gebruiken als eten;).

Wie is het?

Wie kent dit spel niet? Het is en blijft populair. Welke handige vragen zijn er te bedenken zodat je zo snel mogelijk weet welk persoon er op het kaartje van de ander staat? Ik gebruik het ook wel wanneer een kind bijvoorbeeld gepest wordt door een klasgenootje. Welk persoon op de afbeeldingen lijkt er een beetje op, wil je er wat tegen zeggen, wil je dat ‘ie even niet meedoet? Alles kan! Hierdoor kan het kind meer grip hierop ervaren, en weten dat er altijd een keus is in hoe te reageren. En bovenal: dat het kind bepaalt hoe hij/zij zich wil voelen, ongeacht wat een ander zegt of doet. Dit spel is daar een mooi hulpmiddel bij.

Beverbende

Zodra een kind dit spel heeft ontdekt, wil het vaak niets anders meer doen in het uur dat hij of zij bij me is. De uitslag is altijd anders en dat maakt het veelzijdig en verveelt nooit. Je hebt vier kaartjes met cijfers tussen 0 en 9 op de kop voor je liggen, waardoor je niet weet welk cijfer er op staat. Met verschillende actiekaarten kan je hierachter komen. Je kan met een andere speler ruilen, een eigen kaart bekijken en een extra kaart van de speelstapel halen. Het doel is om zo weinig mogelijk punten over te houden. Naast het feit dat je je geheugen moet gebruiken, is een keus maken ook van groot belang. Want ga je een kaart ruilen, en zo ja, welke dan? Maak je dan de juiste keus? Als je denkt dat de kaarten die je voor je hebt liggen niet beter kunnen, dan zeg je ‘Laatste ronde!’. De andere spelers mogen nog een kaart pakken en dan worden alle kaarten omgedraaid. Altijd een spannend moment, want is ‘laatste ronde!’ zeggen de juiste keus geweest? Vaak wel, maar soms ook niet. Dan is er tóch nog een vergeten kaart met een hoog cijfer overgebleven. Wat vindt het kind daarvan? Wordt ‘ie boos op zichzelf, gaat ‘ie zichzelf verwijten maken? Of kan ‘ie verder gaan en zeggen: ‘Nog een keer!’ Zo wordt ook meegegeven: ook al heb je een keer niet de juiste keus gemaakt, je kan altijd overnieuw beginnen.

Betoverde Doolhof

Als afsluiter van deze lijst één van mijn eigen old time favourites! In mijn praktijk heb ik zelfs een speciale editie: glow in the dark! Ideaal voor kinderen die bang zijn in het donker, of moeite hebben met in slaap vallen. Bij dit spel heb je verschillende voorwerpen en wezens die je in het doolhof kunt vinden. Je pakt een kaartje en zoekt dezelfde figuur erbij op het speelbord. Soms is het een lange weg om af te leggen, soms een korte. Waar het doolhof me ook wel aan doet denken, zijn hersenen. Sommige dingen kan een kind zomaar bedenken, en bij andere zaken duurt het iets langer: heel normaal dus! Een mooie metafoor om het zo uit te beelden. En wat te denken van de figuren in het spel? Zullen de wezens ook nog iets te zeggen hebben? Daarnaast is het ook een mooi spel om te gebruiken voor kinderen die ‘hun eigen weg’ leren vinden.

Dit was deel 1 van een kijkje in de keuken bij mijn kindertherapiepraktijk. Volgende week volgt deel 2 met andere materialen die ik ook regelmatig gebruik.

Nu ben ik nieuwsgierig… Welke spellen zijn bij jullie thuis favoriet? Laat het weten in een reactie!

Genoten van mijn blog? Like mijn pagina op Facebook en deel mijn blog met je vrienden 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.